De Zevenslaper (Relmuis)

In het oude Rome was de zevenslaper of relmuis een graag geziene gast. Door dit diertje in een paar weken vet te mesten creëerden ze een delicatesse die geen feest te min was. Een geluk voor de Romeinen was dat de zevenslaper van nature snel dik wordt. De reden daarvoor zit verscholen in zijn naam.

Schone slaapster
In september graven hele groepen, die voornamelijk uit vrouwtjes bestaan, holen onder de grond. Na een winterslaap van zeven maanden komen ze weer tevoorschijn. Van het gewicht dat ze in september hadden is dan ongeveer de helft over. Precies genoeg om op zoek te gaan naar mannetjes. Klieren rond de anus scheiden een geur af om mannetjes te lokken. Zijn de mannetjes in de buurt dan wijzen de vrouwtjes hen de weg door te fluiten. Mannetjes reageren daarop met getjirp. Daarmee geven ze aan dat het voor de vrouwtjes tijd is om een mooi nest te bouwen.

Europese knager
De geluiden van de zevenslaper kunnen elke zomer worden gehoord in de landen rond de Middellandse zee. Ook op eilanden als Sicilië, Korfoe en Kreta komt deze grote muis veel voor. Overdag verschuilt de zevenslaper zich in boomstronken en holen, maar ’s nachts gaat de zoektocht naar eten en partners gewoon door. Ondanks hun schuwheid wordt de zevenslaper af en toe gezien. Daarbij wordt hij gemakkelijk aangezien voor een eekhoorn. Dat komt vooral door zijn lange, harige staart, die de zevenslaper gebruikt om zijn evenwicht te bewaren tijdens het klimmen.

Huisdier
Omdat de zevenslaper een nachtdier is kun je pas van ze genieten als het donker is. Het omdraaien van hun ritme, zoals dat nog wel eens lukt bij hamsters, is bijna onmogelijk. Daarvoor is deze Europese relmuis nog veel te wild. Het verblijf van de dieren moet daar op zijn gebouwd. Overdag moeten ze zich kunnen verstoppen op een donkere plek, terwijl ze ’s nachts de ruimte hebben voor hun zoektocht naar eten. En om een goede maaltijd samen te stellen is erg lastig, omdat de zevenslaper in het wild bessen, bladeren, vruchten, noten, maar ook vlees eet.

Tekst: Stijn Peters, dierenarts